Spring naar inhoud

Adviezen

2011

Briefadvies over het Kierbesluit 

 

De Commissie is van oordeel dat er serieuze juridische risico’s kleven aan het eenzijdig wijzigen van de over het Kierbesluit gemaakte afspraken in internationaal en Europeesrechtelijk verband.

Het besluit om de Haringvlietsluizen te openen is niet vastgelegd in de relevante richtlijnen of verdragen, maar in besluiten, maatregelen en plannen die veelal op zichzelf formeel niet juridisch bindend van aard zijn. De Commissie wijst er echter op dat het Hof van Justitie als zij moet beoordelen of een lidstaat voldoet aan haar verplichtingen zoals vastgelegd in Europese richtlijnen, bijvoorbeeld maatregelenprogramma’s vereist op basis van de KRW (artikel 11), en beheerplannen vereist op basis van de Aalverordening (artikel 2), instandhoudingsdoelstellingen en beheerplannen zoals vereist op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn, alsmede plannen die opgesteld zijn in het kader van verdragen, zoals bijvoorbeeld het   Masterplan Trekvissen in het kader van het Rijnverdrag, betrekt in haar oordeel. Ook wijst de Commissie er op dat uitzonderingsbepalingen door het Hof van Justitie over het algemeen restrictief worden uitgelegd. 

Het Hof zal er zeer waarschijnlijk vanuit gaan dat specifieke maatregelen, opgenomen in dergelijke maatregelenprogramma’s, beheerplannen en plannen, zoals het Kierbesluit, invulling geven aan de verplichtingen in de richtlijnen en, behoudens volwaardig alternatief, geïmplementeerd dienen te worden.

De Commissie kan niet beoordelen of een dergelijk alternatief voorhanden is. Uitgaande van een alternatief dat dezelfde positieve gevolgen heeft voor de (ecologische) toestand van de stroomgebieden van de Rijn en de Maas en eveneens op dezelfde wijze voldoet aan de afspraken gemaakt in internationaal verband, alsmede dezelfde positieve gevolgen heeft voor de goede staat van instandhouding zoals die geldt voor de betrokken Natura 2000-gebieden in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn, acht de Commissie het gebruik van een alternatief voor het Kierbesluit mogelijk. Dat neemt echter niet weg dat in dat geval nog niet wordt voldaan aan de resultaatsverplichting het vastgestelde maatregelenprogramma op grond van de KRW eind 2012 operationeel te hebben (art. 11 lid 7 KRW en artikel 8.1 Waterbesluit). 

Ook wijst de Commissie er op dat voor het vaststellen van een volwaardig alternatief overleg, goedkeuring en medewerking van de stroomgebiedbeheerpartners (andere lidstaten en Zwitserland) en de Europese Commissie nodig is en een formele herziening van de stroomgebiedplannen en maatregelenprogramma’s noodzakelijk is, inclusief het voldoen aan de vereisten van publieke participatie. 

De Commissie verwacht dat de Europese Commissie en het Hof van Justitie sterk hechten aan het nakomen van gemaakte afspraken in het kader van de gecoördineerde stroomgebiedbeheerplannen en maatregelenprogramma’s, omdat samenwerking, coördinatie en gezamenlijke verantwoordelijkheid kernelementen van de KRW zijn. Ook voor Nederland als benedenstrooms gelegen land, is deze gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarbij erop gerekend moet kunnen worden dat gemaakte afspraken nagekomen worden, cruciaal om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen. 

 

 

[briefadvies] [kabinetsstandpunt]

 

Briefadvies over indirecte waterschapsverkiezingen

Op 12 april 2011 heeft de Commissie haar advies over indirecte waterschapsverkiezingen aangeboden aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. In lijn met haar eerder advies uit 2009 (‘Belangenrepresentatie in het waterschapsbestuur’) kan de Commissie zich vinden in het voorstel om de leden van het algemeen bestuur van het waterschap, voor de categorie ingezetenen, te laten verkiezen door de leden van de raden van de gemeenten die in het gebied van het waterschap liggen. Een dergelijke indirecte verkiezing geeft via de gekozen gemeenteraadsleden immers eveneens democratische legimitatie aan het waterschapsbestuur. De Commissie heeft begrip voor de keuze om de reikwijdte van het wetsvoorstel beperkt te houden, in het licht van de nadrukkelijke wens van het kabinet om toekomstige waterschapsverkiezingen op een andere wijze te organiseren dan in 2008 is gedaan. De Commissie geeft de Staatssecretaris wel in overweging om bij de eerstvolgende evaluatie van de waterschapsverkiezingen-nieuwe-stijl aandacht te besteden aan de bredere context van het waterschapskiesrecht voor alle belangencategorieën, ook in relatie tot het algemene kiesrecht
De Commissie houdt zich in dit advies aan de bandbreedte die in de adviesaanvraag door de Staatssecretaris is gekozen, te weten een drietal specifieke vragen die exclusief verbonden zijn aan een keuze voor indirecte verkiezingen. De Commissie is zich ervan bewust dat in een brede beschouwing over voor- en nadelen van beide kiessystemen (directe en indirecte verkiezingen) nuances beter tot hun recht kunnen komen. Welk kiesstelsel ook wordt gekozen: voorop dient te staan dat het functionele karakter van het waterschapsbestuur bestendigd wordt en dat het waterschapsbestuur ingebed blijft binnen de kaders van de algemene democratie. In het voorliggende wetsvoorstel en de toelichting daarop zijn daar overwegingen over opgenomen. Met als uitgangspunt de voornoemde bestendiging van het voor onze delta zo belangrijke functioneel bestuur, kan de beoordeling van het meest geschikte kiesstelsel ook uitvallen ten voordele van directe verkiezingen. De Commissie stelt – mede op grond van haar advies van 2009 – dat de democratische legitimatie in beide kiesstelsels gewaarborgd is. Omdat zoals gezegd de adviesaanvraag zich richt op deelvragen rond indirecte verkiezingen en de Commissie binnen uw adviesaanvraag wil blijven, laat de Commissie diepgaander beschouwingen over beide stelsels en hun onderlinge verhouding verder achterwege.
De specifieke adviesvragen van de Staatssecretaris zijn de volgende:
1. Stemwaarde
Volgens de voorgestelde formule voor het berekenen van de stemwaarde (gebaseerd op artikel U2 van de Kieswet) zal in sommige gevallen door het geringe aantal ingezetenen van een waterschap binnen de gemeentegrenzen een stemwaarde van 0 worden afgerond naar 1. Wat is de mening van de commissie over de kiesdrempel en de afronding naar stemwaarde 1?

2. Kiesdistricten
Wat vindt de commissie van het mogelijk gebruik van kiesdistricten bij indirecte verkiezingen?

3. Incompatibiliteit
Welke voor- en nadelen zijn er te onderscheiden met betrekking tot het voornemen om te regelen dat gemeenteraadslid en waterschapsbestuurder een incompatibiliteit is?


De Commissie beantwoordt bovengenoemde adviesvragen als volgt:
Ad 1: stemwaarde
Wat de eerste adviesvraag over de stemwaarde betreft, stemt de Commissie in met de voorgestelde afronding van de stemwaarde naar 1. Wel adviseert de Commissie om de formulering van de betreffende bepaling en de toelichting daarop te verduidelijken. 
Ad 2: kiesdistricten
Wat de tweede adviesvraag over kiesdistricten betreft: naar het oordeel van de Commissie is er voldoende reden om de mogelijkheid om het waterschapsgebied bij reglement in te delen in kiesdistricten in stand te laten. 
Ad 3: incompatibiliteit
Wat de derde adviesvraag over de incompatibiteitsregeling betreft, stemt de Commissie in met de voorgestelde regeling om te voorkomen dat een gemeenteraadslid tevens een waterschapsbestuurder is. Dit betekent dat de Commissie zich binnen het door u afgebakende kader van de adviesaanvraag kan vinden in de keuzen van het wetsvoorstel en de motivering daarvan zoals die in de toelichting is terug te vinden.

 

[advies] [adviesaanvraag]

 

2010

Briefadvies Voorontwerp inzake gedogen van werken van algemeen belang

 

Op 19 juli 2010 heeft de CAW haar advies uitgebracht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat over een voorontwerp van een Wet tot gedogen van werken van algemeen belang (verder: het voorontwerp). De Commissie onderschrijft het streven naar modernisering en vereenvoudiging van de Belemmeringenwet Privaatrecht. Zij kan zich op hoofdlijnen vinden in de opzet van de nieuwe wet en in de memorie van toelichting behorende bij het voorontwerp. De Commissie plaatst enkele inhoudelijke kanttekeningen bij het voorontwerp en doet enkele concrete aanbevelingen tot aanpassing van de wettekst en de daarbij behorende toelichting.

 

[advies] [adviesaanvraag]

 

In reactie op het briefadvies van 19 juli 2010over een voorontwerp van een Wet tot gedogen van werken van algemeen belang heeft de Minister de Commissie gevraagd nader te adviseren over artikel 7 van het Voorontwerp inzake gedogen van werken van algemeen belang. Op 15 november 2010 heeft de Commissie haar advies over artikel 7 van genoemd voorontwerp aangeboden aan de Minister van Infrastructuur en Milieu. De Commissie doet een voorstel voor een alternatieve formulering van artikel 7. 

[advies][adviesaanvraag]

 

2009

Briefadvies over Voorontwerp wijziging Tracéwet

 

Op 2 november 2009 heeft de CAW haar advies over een voorontwerp tot wijziging van de Tracéwet aangeboden aan de minister van Verkeer en Waterstaat. Dit voorontwerp beoogt een structurele versnelling en verbetering van de besluitvorming voor projecten tot aanleg en wijziging van hoofdinfrastructuur.

 

Het voorontwerp roept bij de Commissie een aantal vragen en opmerkingen op. De Commissie maakt enkele algemene opmerkingen over de opzet van het voorontwerp, de beoogde versnelling van procedures en de relatie met andere wetten. De Commissie waardeert de algemene lijn van het voorontwerp in beginsel als positief. De opzet is helder: het begint met een startbeslissing en eindigt met een opleveringstoets; daartussenin zitten: een verkenning en een voorkeursbeslissing. Wat de beoogde versnelling betreft, merkt de Commissie op dat die gewenste versnelling niet alleen van de wet verwacht kan worden. Tevens vraagt de Commissie aandacht voor de relatie met de waterwetgeving.

 

Daarnaast gaat de Commissie in haar advies in op de volgende specifieke onderwerpen:
artikel 2 lid 2 van het voorontwerp, publieke participatie, uitsluiting van beroep op de administratieve rechter en de zogenaamde opleveringstoets. De Commissie adviseert onder meer om in de toelichting bij het wetsvoorstel meer duidelijkheid te geven over de inhoud en betekenis van de opleveringstoets.

 

De Commissie heeft om een aantal redenen ernstige twijfels over het uitsluiten van beroep voor de decentrale overheden. In de eerste plaats blijkt uit de jurisprudentie over tracébesluiten niet dat vertragingen veroorzaakt worden doordat decentrale overheden beroep instellen. In de tweede plaats valt het in de praktijk niet uit te sluiten dat een decentrale overheid een stichting of een burger inschakelt om zich in rechte tegen een tracébesluit te verzetten. In de derde plaats biedt de burgerlijke rechter aanvullende rechtsbescherming aan decentrale overheden. Met andere woorden: een decentrale overheid die echt iets (niet) wil, vindt wel een weg. Naar het oordeel van de Commissie berust het uitsluiten van beroep op de administratieve rechter voor decentrale overheden derhalve op onjuiste veronderstellingen. Bovendien kan deze uitsluiting een averechts effect hebben: eventuele civielrechtelijke acties van decentrale overheden zullen namelijk leiden tot veel meer vertraging.


 

[voorstel van de wet] [verzoek om advies]

 


2009

 

Briefadvies over Deltawet


Adviesaanvraag

 

Bij brief van 13 augustus jl. (kenmerk: VENW/DGW-2009/1000) heeft de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat de Commissie van advies inzake de waterstaatswetgeving (verder: de Commissie) om advies gevraagd over een concept van een wetsvoorstel, getiteld: Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening (hierna: Deltawet).

 

Algemene opmerkingen

 

De Commissie merkt vooraf op dat zij waardering heeft voor de keuze om in de Deltawet aan te sluiten bij de bestaande wet- en regelgeving, met name de Waterwet. De Waterwet biedt immers vanaf 22 december 2009 (de beoogde datum van inwerkingtreding) het nieuwe wettelijke kader voor integraal watersysteembeheer. In het licht van de Waterwet kan een Deltawet – die naast een wijziging van de Wet Infrastructuurfonds een beperkt aantal bepalingen ter aanvullingen op de Waterwet bevat – beknopt zijn.

De Commissie is van oordeel dat op dit moment volstaan kan worden met een korte wet waarin de essentialia van het Deltaprogramma, de Deltaregisseur en het Deltafonds worden geregeld. Mede in verband met beginselen als 'duurzaamheid', 'solidariteit' en 'rechtvaardigheid' kan het echter in de toekomst nodig zijn om aanvullende regels te stellen.

De Commissie wijst met nadruk op de samenhang tussen de veiligheidsnormering, het Deltaprogramma, het Deltafonds en de rol die de Deltaregisseur in dit verband kan spelen. Deze vier 'onderdelen' zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en moeten steeds in onderlinge relatie tot elkaar worden bezien. Het onderwerp van de veiligheidsnormering wordt uitgewerkt onder het kopje: "Onderwerpen die (nog) niet in de Deltawet uitgewerkt worden".

 


Onderwerpen die in de Deltawet uitgewerkt worden

 

(1) Deltaregisseur

 

De Commissie heeft zich gebogen over de vraag of het nodig is om voor de Deltaregisseur nieuwe wettelijke bevoegdheden te creëren. Het geheel van wetgeving overziend dat vanaf 2010 beschikbaar is voor de uitvoering van het Deltaprogramma (denk met name aan de Waterwet, de Wro en de Wabo), meent de Commissie dat de bestaande wetgeving voldoende bevoegdheden en instrumenten biedt om de doelstellingen van het Deltaprogramma te realiseren.
De Commissie is van oordeel dat de Deltaregisseur alleen optimaal kan functioneren wanneer hij beschikt over bevoegdheden die via mandaat afgeleid zijn van bestaande bevoegdheden die door de wetgever aan Ministers zijn toegekend. In het ‘mandaatbesluit Deltaregisseur’ kunnen voorwaarden worden geformuleerd waaronder de Deltaregisseur zijn mandaat kan uitoefenen. Bij de voorbereiding van dit mandaatbesluit dient ook aandacht te zijn voor de verhouding tussen de Deltaregisseur en zijn ambtelijke omgeving.
De Deltaregisseur regisseert de totstandkoming en de uitvoering van het Deltaprogramma, maar wel onder verantwoordelijkheid van de regering. Vanuit dat perspectief bezien is het volgens de Commissie ook denkbaar om de hier bedoelde functionaris aan te duiden als 'Regeringscommissaris voor het Deltaprogramma'. 

 

(2) Deltaprogramma

 

Het is de Commissie niet duidelijk of en in hoeverre het voorkomen en waar nodig beperken van wateroverlast ook onder het bereik van de Deltawet valt. Naar het oordeel van de Commissie dient de Deltawet zich primair te richten op de waterveiligheid in de zin van het voorkomen van overstromingen door het falen van primaire waterkeringen (zie ook de definitie van 'primaire waterkering' in artikel 1.1 van de Waterwet). Bij de maatregelen gericht op het voorkomen en beperken van wateroverlast is overwegend sprake van regionale en lokale belangen van de decentrale overheden. Mocht het wel de bedoeling zijn om (bepaalde vormen van) wateroverlast mee te nemen in het Deltaprogramma, dan dient dat naar het oordeel van de Commissie expliciet vermeld te worden in artikel 4.9 van de Deltawet en ook in de memorie van toelichting verduidelijkt te worden.

De Commissie heeft op zich waardering voor het streven om de maatregelen uit het Deltaprogramma waar mogelijk integraal uit te werken. Dat wil zeggen dat actief wordt gezocht naar samenhang met doelen op andere beleidsterreinen, zoals natuur en ruimtelijke ordening (zie pagina 3 van de toelichting). De Commissie wijst er wel op dat dit streven naar integratie enige spanning oproept met het belang van een voortvarende uitvoering van de urgente opgave waar ons land voor staat. De Commissie bepleit in dit verband een onderscheid tussen het Deltaprogramma – waarbij het in de visie van de Commissie primair gaat om het voldoen aan geactualiseerde waterveiligheidsnormen binnen vastgestelde termijnen – én een breder 'waterprogramma' waarbij de waterveiligheid niet primair in het geding is en het mede daarom ook minder erg is wanneer enige temporisatie plaatsvindt. De Commissie meent dat de waterveiligheid in dit verband een prioritair belang moet zijn. 

 

(3) Deltafonds

 

De Commissie vraagt zich af of de periode van zeven jaar die blijkbaar nodig is voor een 'geleidelijke start' van het Deltafonds geen afbreuk doet aan de noodzaak van een voortvarende uitvoering van het Deltaprogramma. De financiering van het Deltaprogramma is immers van wezenlijk belang voor de realisatie van dat programma. Dit raakt de uitvoerbaarheid van de Deltawet. Zonder een vaste, stabiele en substantiële voeding van het Deltafonds – ook uit andere bronnen dan de begroting van het ministerie van Verkeer en Waterstaat (zie artikel 7.16d, eerste lid, onder b, c en d) – dreigt het Deltaprogramma een symbolische nieuwe naam te worden voor datgene wat we toch al doen (waar we de budgetten reeds voor gereserveerd hebben). 

 


Onderwerpen die (nog) niet in de Deltawet uitgewerkt worden

 

(1) Normering van waterveiligheid

 

De Commissie mist in de toelichting bij het wetsvoorstel Deltawet aandacht voor de veiligheidsnormering. Zowel met het oog op de bestaande waterveiligheidsnormen als met het oog op in de toekomst vast te stellen waterveiligheidsnormen is deze aandacht vereist.

De Commissie meent dat de eerste prioriteit zou moeten zijn om die waterkeringen aan te pakken waarvan we nu al weten dat ze niet voldoen aan de bestaande waterveiligheidsnormen (en dus helemaal niet voldoen aan de door de Commissie Veerman voorgestelde ‘factor 10 normering’). Dit vraagt om een fasering van het Deltaprogramma. Deze fasering roept echter direct het probleem op dat vanwege onbekendheid met toekomstige waterveiligheidsnormen op bepaalde locaties wellicht ‘te weinig’ wordt gedaan. Daar komt nog bij dat het bestuurlijk en maatschappelijk ongewenst en financieel ondoelmatig is om op één locatie twee keer in korte tijd een ingreep te ondernemen die moet bijdragen aan een betere veiligheid. Zowel in het beleid als in rechte is het geaccepteerd dat het bevoegd gezag in dit verband streeft naar doelmatigheid. Die doelmatigheid wordt mede bepaald door de beschikbare financiële middelen. Niettemin blijkt het in de beleidspraktijk allesbehalve vanzelfsprekend te zijn – en dus ook aanvechtbaar – dat het bevoegd gezag (bijvoorbeeld in het kader van een dijkversterkingsplan) uitgaat van hogere toekomstige veiligheidsnormen die verder gaan dan de geldende wettelijke normen.

In het licht van het voorgaande verdient het naar de mening van Commissie aanbeveling om de discussie over de waterveiligheidsnormering te versnellen. Het eerste Deltaprogramma zal in ieder geval duidelijkheid moeten bieden over hoe om te gaan met het spanningsveld tussen de geldende en de toekomstige waterveiligheidsnormen. Daarnaast verdient het aanbeveling om bij of krachtens de Waterwet te regelen dat de waterbeheerder rekening kan houden met toekomstige ontwikkelingen.

 

(2) Decentrale overheden

 

Naar het oordeel van de Commissie wordt in de toelichting bij het onderhavige concept van de Deltawet te weinig aandacht besteed aan de positie van de decentrale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen). Dat wekt ten onrechte de indruk dat (overwegend) sprake is van een rijksaangelegenheid, terwijl zowel bij het Deltaprogramma, als bij het Deltafonds én bij het functioneren van de Deltaregisseur actieve betrokkenheid van de decentrale overheden onontbeerlijk is.

De Commissie adviseert om de mogelijke bijdrage(n) die provincies, gemeenten en waterschappen op verschillende manieren kunnen geven aan het Deltaprogramma, het Deltafonds én ter ondersteuning van het werk van de Deltaregisseur expliciet in de memorie van toelichting te benoemen.

 

(3) Onderwerpen die nadere overdenking behoeven

 

De Commissie ziet dit voorstel voor een Deltawet als een noodzakelijke wettelijke verankering van het Deltaprogramma, de Deltaregisseur en het Deltafonds. Met deze wet kan de uitvoering van het Deltaprogramma van start gaan. Of daarmee voor de lange termijn ook voldoende geregeld is, is een andere vraag. Naar het oordeel van de Commissie zijn er nog onderwerpen die nadere overdenking behoeven en wellicht in de toekomst aanleiding kunnen zijn voor aanvullende regels. De Commissie denkt in dit verband bijvoorbeeld aan een onderwerp als strategische grondverwerving  en aan de mogelijke juridische consequenties van begrippen als 'duurzaamheid' en 'solidariteit tussen gebieden en generaties', waarover in de toelichting bij het wetsvoorstel gesproken wordt.


N.B.: het concept van het wetsvoorstel Deltawet wordt niet op de website van de CAW-gepubliceerd omdat dit concept nog vertrouwelijk is. Het wetsvoorstel zal t.z.t. door het departement (de Staatssecretaris) gepubliceerd worden.

 

[briefadvies]


 

 

Briefadvies over Amvb Ruimte

 

Ongevraagd advies aan de Minister van VROM

Op 8 september heeft de Commissie haar advies over het ontwerp van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Amvb Ruimte) aangeboden aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Een afschrift van dit advies is gezonden aan de Minister en Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat. 

Gewoonlijk adviseert de Commissie niet ongevraagd over algemene maatregelen van bestuur die in ontwerp bij de Tweede Kamer worden voorgehangen. De Commissie acht de Amvb Ruimte echter zo belangrijk voor het waterbeheer dat zij besloten heeft in de vorm van een schriftelijke advies over het ontwerp een aantal opmerkingen te maken. 

 

Aansluiting met waterwetgeving is voor verbetering vatbaar

De Commissie gaat in haar advies vooral in op enkele begrippen uit de Amvb die naar het oordeel van de Commissie - mede in het licht van de Waterwet - verduidelijking behoeven, met name de volgende:
- bestaand bebouwd gebied (dit begrip komt voor in hoofdstuk 1 van de Amvb, maar bijvoorbeeld ook in hoofdstuk 4: Water)
- kustfundament
- primaire waterkering 
- watersysteem.


De Commissie concludeert dat de aansluiting tussen deze Amvb en de Waterwet voor verbetering vatbaar is en adviseert om meer duidelijkheid te verschaffen ten aanzien van de in het briefadvies genoemde punten. 
Daarnaast geeft de Commissie aan dat zij moeite heeft met een bijzondere clausule die voorkomt in enige bepalingen in hoofdstuk 4 van de Amvb Ruimte, waarbij de gelding van een (deel van een) algemeen verbindend voorschrift wordt gekoppeld aan een stuk verantwoording in de toelichting bij een bestemmingsplan. Zij adviseert om de bepalingen waarin deze clausule voorkomt zodanig aan te passen dat er duidelijkheid bestaat over de concrete norm en rechtsonzekerheid daarover zoveel mogelijk wordt voorkomen. 

 

Watertoets

In aansluiting op een eerder advies over de juridische versterking van de watertoets (voorjaar 2008) en een recente brief aan de Tweede Kamer (brief van 18 juni 2009) beveelt de Commissie aan om enkele elementen van het watertoetsproces te regelen in de Amvb Ruimte. Bijvoorbeeld zou voorgeschreven kunnen worden dat in de toelichting bij een bestemmingsplan verslag wordt gedaan van de uitkomst van het watertoetsproces. Ook zou voorgeschreven kunnen worden dat in de toelichting bij het bestemmingsplan moet worden aangegeven in hoeverre overeenstemming bestaat tussen het bevoegd gezag dat het ruimtelijk plan vaststelt en de waterbeheerder.

 

[briefadvies] [Amvb Ruimte] [Toelichting bij Amvb Ruimte] [Brief aan de Tweede Kamer van 18 juni 2009] [CAW-advies over watertoets]

 

Belangenrepresentatie in het waterschapsbestuur
Bredere belangenafweging, maar dezelfde taak
De belangenafweging door de waterschappen is de afgelopen decennia verbreed, evenals trouwens de belangenafweging door de andere overheden. De taak van het waterschap is wettelijk echter steeds beperkt gebleven tot de waterstaatszorg. Anders dan bij het algemeen bestuur van Rijk, provincie en gemeente het geval is, heeft het waterschap geen 'open' maar een 'gesloten huishouding'. Gegeven de afgebakende taak van het waterschapsbestuur is het volgens de CAW nog steeds terecht om te spreken van 'functioneel bestuur'.


Reservering van zetels

Reservering van zetels voor de categorieën ‘ongebouwd’, ‘natuur’ en ‘bedrijven’ in het waterschapsbestuur past volgens de CAW bij het functionele karakter en de taak van het waterschap. De commissie adviseert de term ‘geborgde’ zetels te vervangen door ‘gereserveerde’ zetels, ook waar het de ingezetenen betreft. De ingezetenen vormen immers óók een belangencategorie. Er is geen verschil met de andere belangencategorieën.


Benoemen of verkiezen?
Naar aanleiding van vragen in de Eerste Kamer over de grondwettigheid van ‘benoemde’ zetels in het waterschapsbestuur, concludeert de CAW dat de Grondwet de wetgever vrijlaat om zetels in het waterschapsbestuur te doen bezetten door benoeming dan wel door verkiezing. De vertegenwoordigers van agrariërs en bedrijven werden in het verleden gekozen en worden onder het huidig wettelijk regime benoemd. Naar het oordeel van de CAW kunnen deze vertegenwoordigers in de toekomst ook gekózen worden. De CAW vindt dat beter gemotiveerd moet worden waarom vertegenwoordigers van belangencategorieën worden gekozen of benoemd.


Toekomstige waterschapsverkiezingen

Waterschapsverkiezingen zijn volgens de CAW in verschillende varianten mogelijk. Hoofdvarianten zijn: directe verkiezingen dan wel indirecte verkiezingen. Meerdere subvarianten zijn denkbaar. De CAW adviseert de staatssecretaris de verschillende verkiezingsvarianten nader uit te werken, alvorens een definitieve keuze te maken voor toekomstige waterschapsverkiezingen. Verder adviseert de CAW om bij die keuze twee kenmerkende trekken van het waterschapsbestel scherp voor ogen te houden: het functionele karakter van het waterschap en de eigenstandige positie van het waterschap te midden van Rijk, provincie en gemeente. 

[adviesaanvraag]   [adviesrapport]   [persbericht]


2008

Invoeringswet Waterwet
In haar briefadvies van 5 augustus 2008 noemt de Commissie twee punten die volgens haar in het voorontwerp van de Invoeringswet Waterwet (versie van 11 juli 2008) niet geheel duidelijk zijn. Deze punten betreffen de zogenaamde “gebiedsgerichte dimensie van de toedeling van het beheer” en de aansluitvergunning.
Volgens de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel van de Invoeringswet brengen enkele voorgenomen wijzigingen “de gebiedsgerichte dimensie van de toedeling van het beheer beter tot uiting” (p. 9). De Commissie betwijfelt of met deze voorgenomen wijzigingen de relatie tussen de gemeentelijke zorgplicht voor het stedelijk waterbeheer en de beheertaken van de waterbeheerder in het algemeen duidelijker wordt. Deze onduidelijkheid is volgens de Commissie onwenselijk, bijvoorbeeld vanwege het belastinginstrument van het waterschap in stedelijk gebied en aansprakelijkheid voor waterschade. 
Het voorgestelde artikel 10.1a van de Waterwet roept bij de Commissie de vraag op 
of het instrument van de aansluitvergunning voor lozingen vanuit de riolering op de zuivering in de toekomst nu wel of niet mogelijk blijft. De Commissie gaat er van uit dat aansluitvergunningen ook onder het regime van de Waterwet nog steeds mogelijk zijn, maar constateert dat de memorie van toelichting bij de Invoeringswet de suggestie wekt dat dit niet langer het geval is omdat de Waterwet voorziet in een ‘dekkend systeem’ voor lozingen, aansluitend bij het uitputtende systeem van de Wvo (zie p. 12 van de toelichting). 

Op 18 september heeft het departement aangegeven dat – mede naar aanleiding van het CAW-advies - de in dit verband voorgestelde wijzigingen van artikel 1, 3.2 en 10.1a van de Waterwet, niet doorgaan. De bepalingen die aanleiding waren voor de door de Commissie geconstateerde onduidelijkheid zijn dus geschrapt.
[link naar briefadvies] [link naar adviesaanvraag]


Kabinetsreactie op CAW-advies over de Kaderrichtlijn Mariene Strategie
Bij brief van 24 april 2008 heeft het kabinet een uitgebreide reactie gegeven op het advies van de CAW van april 2007 over de Kaderrichtlijn mariene strategie 
De staatssecretaris schrijft dat het advies van de CAW een waardevolle bijdrage heeft geleverd aan de standpuntbepaling van Nederland in de onderhandelingen over de door de Europese Commissie voorgestelde richtlijn. De analyse van de CAW is behulpzaam geweest bij de onderhandelingen op dit dossier in Brussel. Een aantal aanbevelingen met betrekking tot de inhoud van de KRM is inmiddels doorgevoerd of ondervangen in het akkoord dat is bereikt op 11 december 2007 tussen de Raad en het Europees Parlement. Met de aanbevelingen van de CAW ten aanzien van de implementatie van de richtlijn wordt gedeeltelijk en met toevoeging van enkele nuanceringen ingestemd. 
[naar brief en bijlage, naar advies CAW]


Juridische versterking van de watertoets (17 april 2008)
Op 17 april 2008 heeft de Commissie haar advies “Juridische versterking van de watertoets” uitgebracht. De Commissie adviseert de Staatssecretaris om de watertoets te versterken, onder meer door een ‘wateradvies’ verplicht te stellen bij bestemmingsplannen en bij provinciale en gemeentelijke structuurvisies. Met enkele bepalingen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) of een ministeriële regeling op grond van het Bro kan de juridische versterking van de watertoets geregeld worden.


Versterk de watertoets door middel van enkele nieuwe regels in het Bro
De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat heeft de Commissie van advies inzake de Waterstaatswetgeving (CAW) gevraagd te adviseren over mogelijkheden ter juridische versterking van de watertoets. In de adviesaanvraag worden vier mogelijkheden genoemd die volgens de interdepartementale Werkgroep Watertoets kansrijk zijn. De CAW kan zich vinden in de door de Werkgroep Watertoets geselecteerde mogelijkheden ter versterking van de watertoets. Met enkele bepalingen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) of een ministeriële regeling op grond van het Bro kan deze juridische versterking geregeld worden.


Verplicht wateradvies

Volgens de CAW dienen de waterschappen in alle gevallen in kennis worden gesteld van voornemens om nieuwe bestemmingsplannen of projectbesluiten in procedure te brengen. In beginsel dient steeds met de waterschappen overleg te worden gevoerd, alvorens een ontwerpbestemmingsplan of projectbesluit ter inzage wordt gelegd. De resultaten van dat overleg dienen door het waterschapsbestuur te worden verwoord in een zogenoemd ‘wateradvies’ aan het college van burgemeester en wethouders. (verder)


2007

Nederlands waterbeheer in Europees en grensoverschrijdend perspectief (19-11-2007)
Op 19 november 2007 heeft de Commissie, samen met de Adviescommissie Water, een advies uitgebracht over Nederlands waterbeheer in Europees en grensoverschrijdend perspectief.  

Tegen de achtergrond van de internationalisering (Europeanisering) van de waterproblematiek en de gelijktijdige regionalisering en vermaatschappelijking van de aanpak van die problematiek, vragen de commissies aandacht voor een proactieve beïnvloeding van de Europese wateragenda, versterking van de grensoverschrijdende samenwerking én bevordering van publieke participatie. Volgens de commissies zijn deze onderwerpen van groot belang voor de wateragenda van de toekomst. 

De commissies zijn onder meer van oordeel dat versterking van de grensoverschrijdende samenwerking noodzakelijk is. Met het oog op die noodzakelijke versterking wordt het kabinet geadviseerd een aantal pilots te stimuleren en te ondersteunen, ook financieel, gericht op verdergaande (geïnstitutionaliseerde) samenwerking met buitenlandse partners in het grensgebied. (verder)


Schadevergoeding bij Dijkverlegging  (12-6-2007)
Op 12 juni 2007 heeft de Commissie haar briefadvies “Schadevergoeding bij dijkverlegging” uitgebracht. Met dit advies reageert de Commissie op de brief van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 6 april jl. De Staatssecretaris heeft de Commissie onder meer gevraagd hoe bereikt kan worden dat op zorgvuldige wijze wordt omgegaan met de financiële belangen van de eigenaren en gebruikers die zijn gevestigd in de gebieden die van binnendijks naar buitendijks gelegen worden gebracht in het kader van de uitvoering van de PKB Ruimte voor de rivier. (verder)


Kansen voor het mariene milieu 
(18-4-2007)
Op 18 april 2007 heeft de Commissie haar advies “Kaderrichtlijn mariene strategie: kansen voor het mariene milieu” uitgebracht. In dit advies adviseert zij de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over de in voorbereiding zijnde richtlijn. (verder)
 

2006

Modernisering Wegenwet (14-12-2006)
Op 14 december 2006 heeft de Commissie haar advies “Oude waarden, Nieuwe wegen” uitgebracht. In dit advies adviseert zij de Minister van Verkeer en Waterstaat om de Wegenwet te moderniseren. Met een gemoderniseerde Wegenwet kan ook beter tegemoet gekomen worden aan de maatschappelijke behoefte aan openbare wandelwegen. Verder..

Briefadvies Ontgrondingenwet  (27-03-06)
Op 27 maart jl. heeft de Commissie geadviseerd over de mogelijkheden van intrekking van de Ontgrondingenwet. Verder ...

 

2005
Advies Waterwet 
(29-11-05)
Op 29 november heeft de Commissie advies uitgebracht over het voorontwerp Waterwet. Verder ...

Briefadvies wijziging Waterschapswet  (24-10-05)
De Commissie kan zich in algemene zin goed in het wetsvoorstel tot wijziging van de Waterschapswet en de Wvo vinden. Zij ziet hierin echter vooral een oplossing voor de acute knelpunten van dit ogenblik. Verder ...

Briefadvies over toepassing methode Delfland in het Westland  (22-09-05)
De Commissie heeft op 22 september jl. op verzoek van de Staatssecretaris van V&W aan haar advies uitgebracht over de toepassing van de methode Delfland in het Westland. Verder ...

 

2004
Briefadvies Wet opheffing juridische belemmeringen
  (08-12-04)
De Commissie heeft op woensdag 8 december j.l. op verzoek van de Minister van V&W aan haar advies uitgebracht over het ambtelijk voorontwerp voor de Wet opheffing juridische belemmeringen.  Verder ... 

Advies Samenwerking over grenzen (22-11-04)
Momenteel krijgt het beleid ter implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water vorm. De Commissie raadt aan om in dat proces rekening te houden met de juridische consequenties die de relatie ...  Verder ... 

Advies ruimtelijke reserveringen (08-11-04)
De rijksoverheid wil zones langs snelwegen en vaarwegen zoveel mogelijk vrijhouden van toekomstige bebouwing. Ook is er in de toekomst ruimte nodig voor dijkversterkingen en waterberging.  Verder ... 

Briefadvies nut en noodzaak Ontgrondingenwet (02-09-04) 
De Commissie kan zich vinden in de uiteenzettingen en conclusies vervat in het wetgevingsrapport dat ingaat op het nut en de noodzaak van de Ontgrondingenwet.  Verder ... 

Zicht op grondwater (23-08-04)
In veel gevallen vinden burgers geen gehoor bij de overheid wanneer zij aankloppen met klachten over grondwateroverlast of -tekort.  Verder ... 

Bespoediging infrastructuurprocedures (13-07-04)
Briefadvies bespoediging infrastructuurprocedures  Verder ...


2003
Beleid en regelgeving voor de Noordzee (01-04-03)
Waarborgen voor een samenhangend beleid voor de Noordzee  Verder ... 

Briefadvies evaluatie Tracéwet (01-04-03)
Betreffende schadevergoeding en nadeelcompensatie  Verder ...


2002
Herziening Wet op de waterkering (01-07-02)
´Veilig keren, ruim bergen’, Herziening Wet op de waterkering  Verder ... 

Wijziging ontgrondingenwet (01-06-02)
Briefadvies ‘Wijziging ontgrondingenwet’  Verder ... 

Integratie van waterwetgeving (01-05-02)
‘Die op water is, moet varen… Naar integratie van waterwetgeving’  Verder ... 

Herziening van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (01-03-02)
Advies inzake de Fundamentele Herziening van de Wet op de Ruimtelijke Ordening  Verder ...
 

Terug